niet kruisWe gaan dit jaar NIET op vakantie riep ik nog. En wat gaan we doen? Op vakantie!

Herken je dat dat als je aangeeft dat je iets NIET wilt en dat het toch gebeurt? Brrr.  Het omgekeerde gebeurt dus! Alhoewel…. Vakantie is best lekker 🙂

Onze taal en woordgebruik zit vol met zinnen als NIET erin. Bijvoorbeeld: Dat mag je niet doen. Dat hoort niet. Niet aankomen! Dat kan ik NIET. Ik wil NIET dat je aan de koekjes komt. Vergeet NIET Kees terug te bellen. ‘NIET rennen door de gang’ En wat gebeurt er? Juist precies wat je niet wilt, gebeurt.

Ons brein kan het woord ‘NIET’ niet registreren. NIET bestaat niet.

 

Denk niet aan het woord niet

Als ik je nu vraag om niet aan een paarse opblaasbare krokodil te denken. Ik wil niet dat je aan vakantie denkt waarin je hem gebruikt. En dat je niet laat afleiden van het onderwerp waar we het over hebben. Dan denk ik grote kans dat je gedachten zijn afgedwaald naar een paarse krokodil of je vakantie die je in het vooruitzicht hebt. Zo werkt onze hersenen nu eenmaal. Het fopt ons.

Je kan het jezelf of een ongehoorzaam kind niet kwalijk nemen dat het brein zo werkt.

Het ingewikkelde met het woord NIET is dat er het tegenovergestelde gebeurt van wat je wilt. Veel mensen denken in beelden. Je hersenen registeren wel het beeld die je dan voor je ziet maar het woord NIET verdwijnt. Dus blijf je juist het beeld van die paarse krokodil zien. En voor je het weet, ga je (onbewust) met jezelf in gevecht om dat beeld van die paarse krokodil te veranderen en dan beland je in een vicieuze cirkel. Niet willen zien en dan zie je juist dus!

Moeilijk voor goede voornemens

HEEL veel lastiger is het voor mensen die NIET meer willen: huilen, mopperen, snoepen, klagen, eten, boos of verdrietig zijn. Ze geven zichzelf de boodschap juist om door te gaan met huilen, mopperen, snoepen, klagen, eten, boos of verdrietig zijn,

Als je weet dat ons brein zo werkt dan kan je het gebruiken. Formuleer je zin zo dat je zegt wat je wilt! Dat is best lastig in het begin.

Dus wat wil je?

 

Positief formuleren helpt het beste.

Wat voorbeelden:

  • “Ik wil niet meer moe zijn.” Wat wil je? Ik wil energiek met mijn kind kunnen spelen na school.
  • “Ik wil niet bang zijn” Wat wil je? Ik  heb zelfvertrouwen.
  • “Ik wil niet meer elke dag overwerken”. Wat wil je? Ik wil duidelijker mijn grenzen aangeven aan mijn leidinggevende. Of ik wil met plezier mijn werk blijven doen.

Oefen regelmatig.

b7-stop-verleen-voorrang-aan-alle-bestuurdersEn ik daag je uit.

Probeer eens een uur lang niet het woord NIET in je taal te gebruiken. Heel veel succes.
En als het echt genoeg, zeg dan STOP hiermee. Ik wil dat je stopt! Dat is ook lekker duidelijk en krachtig!

Wij gaan gewoon van onze vakantie genieten en dat wens ik jou ook toe!

Deel hieronder NIET jouw ervaring 😆 . Hoe gebruik jij jouw creatieve taalgebruik wat JIJ wilt en de begrenzing ervan.